Paul-Henri Spaak: de Belg die Europa tekende

Gepubliceerd op 7 september 2026 om 13:18

Paul-Henri Spaak (1899–1972) was de Belgische socialist en minister van Buitenlandse Zaken die tussen 1955 en 1957 de onderhandelingen over een gemeenschappelijke Europese markt leidde. Het Verdrag van Rome is het verdrag dat op 25 maart 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom oprichtte. Spaaks naam staat bovenaan de lijst van ondertekenaars: een klein land bleek een ideale bouwmeester, net omdat niemand het vreesde.

Rome, maandag 25 maart 1957, zes uur 's avonds. In de Zaal van de Horatii en de Curiatii op het Capitool schuiven twaalf mannen aan voor een handtekening. Aan de muren vechten geschilderde helden uit het oude Rome. Paul-Henri Spaak, achtenvijftig jaar en zwaar gebouwd, buigt zich over het document. Wat ligt er eigenlijk voor hem? Volgens een BBC-reportage uit 2007 bestond het getekende exemplaar grotendeels uit blanco bladzijden, omdat de drukkers niet op tijd klaar waren. Die ochtend vergaderden de ministers zelfs nog over de laatste tekstwijzigingen. Europa werd dus getekend op een belofte.

De volgende dag spreekt Spaak in Rome een zaal bankiers toe, zonder notities. Hij waarschuwt dat Europa achterop raakt als het geen radicale stappen zet. Voor hem is de handtekening geen eindpunt. Het is een begin dat nog alles moet bewijzen.

Het Spaak-rapport van 1956: een blauwdruk uit Brussel

Paul-Henri Spaak leidde vanaf juli 1955 het comité dat een gemeenschappelijke markt en een atoomgemeenschap moest uitwerken. Het eindrapport van 21 april 1956 kreeg zijn naam: het Spaak-rapport. Dat comité kwam er na een mislukking. In 1954 had het Franse parlement de Europese Defensiegemeenschap afgeschoten, een plan voor een gezamenlijk Europees leger. Europa leek vast te zitten. Begin juni 1955 zochten de zes ministers van Buitenlandse Zaken in het Siciliaanse Messina een nieuwe weg, en ze gaven Spaak de leiding. Eerlijk is eerlijk: Spaak schreef het rapport niet zelf. De pen lag vooral bij de Franse econoom Pierre Uri en de Duitse ambtenaar Hans von der Groeben. Spaak deed iets anders, en misschien iets moeilijkers. Hij hield zes landen aan één tafel.

Val Duchesse: onderhandelen in een kasteel bij Brussel

Vanaf 26 juni 1956 zat Paul-Henri Spaak de conferentie voor, die bedoeld was om het rapport om te zetten in verdragen. Na de zomer verhuisden de gesprekken naar het kasteel van Hertoginnedal (Val Duchesse) in Oudergem. Makkelijk was het niet. Sommige delegaties heropenden kwesties die al beslist leken. Intussen toonde de Suezcrisis van 1956 hoe kwetsbaar Europa was voor zijn energievoorziening. Volgens het CVCE, het Europese documentatiecentrum van de Universiteit Luxemburg, kwam het in de winter van 1956–1957 aan op politieke wil, en op Spaaks diplomatieke talent. In januari 1958 werd datzelfde kasteel de eerste officiële zetel van de nieuwe Europese Raden. Het was een vroeg teken van wat Brussel zou worden.

Spaak in 1936: de minister van de Belgische neutraliteit

Twintig jaar eerder verdedigde Paul-Henri Spaak precies het omgekeerde. Als minister van Buitenlandse Zaken pleitte hij in juli 1936 voor een politiek die « exclusivement et intégralement belge » moest zijn: uitsluitend en volledig Belgisch. Spaak kwam uit een geëngageerde familie. Zijn grootvader was de liberale voorvechter van het stemrecht Paul Janson; zijn moeder Marie Janson werd in 1921 de eerste vrouw in de Belgische Senaat. Zelf begon hij als vurige jonge socialist in de BWP, de Belgische Werkliedenpartij en voorloper van de socialistische partij. Maar in 1936 koos hij voor voorzichtigheid.

Dat had een reden: in maart 1936 had Duitsland weer troepen in het Rijnland gezet, en de oude afspraken over collectieve veiligheid lagen aan diggelen. België hoopte buiten de volgende oorlog te blijven door met niemand een militair bondgenootschap te hebben. In mei 1940 bleek die hoop ijdel. Spaak vluchtte met de regering-Pierlot naar Londen, na een bittere breuk met koning Leopold III. In Londen veranderde Spaak van gedachten. Al vanaf 1944 dacht hij na over een douane-unie tussen België, Nederland en Luxemburg. In september 1948 zei hij op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in Parijs recht in het gezicht van de Sovjetdelegatie dat West-Europa bang was. Zijn conclusie: een klein land is nooit veilig alleen.

Waarom een klein land de beste bemiddelaar was

België kon Europa mee vormgeven, omdat het klein was, niet ondanks zijn kleinheid. Een groot land met een plan wekt wantrouwen. Een klein land met een plan wekt nieuwsgierigheid. Het idee van één algemene markt kwam niet eens van Spaak. De Nederlandse minister Johan Willem Beyen stuurde het in april 1955 naar zijn Benelux-collega's. Samen met de Luxemburger Joseph Bech maakten Spaak en Beyen er een gezamenlijk memorandum van. Op 20 mei 1955 lag dat op tafel in Parijs, Bonn en Rome.

Spaak bracht mee wat de anderen misten: gezag als voorzitter en een welsprekendheid die zalen stil kreeg. In 1946 had hij al de eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voorgezeten. In 1949 werd hij voorzitter van de assemblee van de Raad van Europa. Frankrijk en Duitsland, twaalf jaar na de oorlog nog wantrouwig tegenover elkaar, konden allebei met hem praten. Het antwoord op de vraag of een klein land de architect van een groot idee kan zijn, is dus ja. Maar nooit als enige architect. Spaak was de man die de tekening bij elkaar hield.

Het Verdrag van Rome door een vrijzinnige bril

Vanuit het vrijzinnig-humanistische kader is het Verdrag van Rome een keerpunt, omdat het geweld als middel tussen staten verving door regels en onderhandeling. Twaalf jaar na 1945 zetten Duitsland en Frankrijk hun naam onder hetzelfde document. Geen dynastie, geen kerk en geen nationale mythe hield Europa voortaan samen, maar afspraken die je kunt lezen, toetsen en aanpassen. Ook Spaaks eigen bocht past in dat kader, want vrij onderzoek betekent: geloof niet, onderzoek. Spaak toetste zijn neutraliteitspolitiek aan de werkelijkheid van 1940 en durfde toe te geven dat ze faalde. Tegenstanders noemden hem wispelturig. Een oud-strijdmakker schreef bij zijn dood in 1972 dat hij dat net niet was.

Toch is deze lezing niet kritiekloos. Het verdrag sprak over welvaart en vrijheid, maar niet voor iedereen. In deel vier werden de koloniën van de lidstaten als geassocieerde gebieden aan de markt gekoppeld, en Belgisch-Congo en Rwanda-Burundi stonden op die lijst. De Congolezen en Rwandezen hadden niets te zeggen over een verdrag dat over hun land en hun handel ging. Bovendien werd Europa onderhandeld door ministers en experts, achter kasteelmuren. Dat maakte het snel en efficiënt. Het maakte het ook afstandelijk, een verwijt dat de Unie tot vandaag achtervolgt.

Spaak en de unanimiteitsregel: een parallel voor 2026

In januari 1964 zei Paul-Henri Spaak in Straatsburg dat hij niet geloofde in de regel van unanimiteit in grote organisaties. Een grote organisatie kan volgens hem niet functioneren als één lid alles kan blokkeren. Die zin klinkt in 2026 verrassend actueel. De Europese Unie telt vandaag 27 lidstaten, en over buitenlands beleid beslist ze grotendeels nog altijd met eenparigheid. Eén land kan zo een beslissing tegenhouden die de 26 andere wél willen. Dit is een parallel, geen gelijkstelling: de club van zes uit 1957 is niet de unie van vandaag. Toch blijft Spaaks vraag overeind, en ze is net voor een klein land pijnlijk. Unanimiteit beschermt de kleinen tegen de groten. Maar ze maakt iedereen ook gijzelaar van één veto. Spaak koos voor gedeelde regels boven het recht van de sterkste of de koppigste.

Misschien is dat zijn eigenlijke erfenis. Klein zijn is geen lot, het is een positie. De vraag is alleen wat je ermee doet: je verschansen achter je neutraliteit, zoals in 1936, of de tafel dekken waar anderen aan willen zitten, zoals in 1957.


Veelgestelde vragen

Waarom wordt Paul-Henri Spaak een grondlegger van Europa genoemd?

Paul-Henri Spaak leidde als Belgisch minister van Buitenlandse Zaken het comité dat in 1956 het Spaak-rapport opleverde, de basis van de Europese Economische Gemeenschap. Daarna zat hij de onderhandelingen in Val Duchesse bij Brussel voor. Op 25 maart 1957 ondertekende hij het Verdrag van Rome namens België. Zijn kracht was bemiddelen: als vertegenwoordiger van een klein land wekte hij weinig wantrouwen.

Wat was het Spaak-rapport?

Het Spaak-rapport is het rapport van 21 april 1956 dat de krijtlijnen uittekende van een gemeenschappelijke Europese markt en een Europese atoomgemeenschap (Euratom). Het kwam er na de conferentie van Messina in juni 1955 en werd genoemd naar voorzitter Paul-Henri Spaak. Het schrijfwerk gebeurde vooral door Pierre Uri en Hans von der Groeben.

Waarom koos Spaak in 1936 voor Belgische neutraliteit?

Paul-Henri Spaak koos in 1936 voor een onafhankelijke, neutrale buitenlandse politiek, omdat de Duitse remilitarisering van het Rijnland het Europese veiligheidssysteem had doen instorten. België hoopte zo buiten een nieuwe oorlog te blijven. De Duitse inval van mei 1940 maakte die hoop ongedaan, en Spaak werd daarna een overtuigd voorstander van Europese samenwerking.

Welke rol speelde de Benelux bij het Verdrag van Rome?

De Benelux gaf de doorslag om de Europese samenwerking na 1954 nieuw leven in te blazen. Het idee van één algemene markt kwam van de Nederlandse minister Johan Willem Beyen. Samen met Paul-Henri Spaak en de Luxemburger Joseph Bech stuurde hij op 20 mei 1955 een gezamenlijk memorandum naar Frankrijk, Duitsland en Italië, dat de basis werd voor de conferentie van Messina.

Wat zei het Verdrag van Rome over Belgisch-Congo?

Het Verdrag van Rome koppelde in deel vier de koloniën van de lidstaten als geassocieerde gebieden aan de gemeenschappelijke markt. Belgisch-Congo en Rwanda-Burundi stonden op die lijst. Hun inwoners hadden geen inspraak in het verdrag. Vanuit een vrijzinnig-humanistische lezing is dat een duidelijke blinde vlek in een verdrag dat over vrijheid en welvaart sprak.

Wat dacht Paul-Henri Spaak over unanimiteit in Europa?

Paul-Henri Spaak geloofde niet in de unanimiteitsregel voor grote organisaties. Dat zei hij in januari 1964 in een toespraak in Straatsburg. Volgens hem kan een grote organisatie niet werken als één lid alles kan blokkeren, een debat dat in de Europese Unie nog altijd speelt.


Bronnen

  • CVCE.eu (Université du Luxembourg), dossiers « The Spaak Report (21 April 1956) », « The Val Duchesse negotiations » en « The signing of the Rome Treaties », met documenten en getuigenissen (o.a. Pierre Uri, André Dubois).
  • Toespraken van Paul-Henri Spaak, via CVCE.eu: Algemene Vergadering van de VN (Parijs, 28 september 1948); Banco di Roma (Rome, 26 maart 1957); Raad van Europa (Straatsburg, 14 januari 1964).
  • Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Rome, 25 maart 1957), deel vier en bijlage IV.
  • Agence Europe, « 60 years of the Rome Treaties » (2017).
  • Revue belge d'histoire contemporaine, volume XVIII, uit 1987, nummers 1-2, pagina's 15-38, over de Belgische non-interventie en de toespraak van Spaak op 20 juli 1936.
  • Res Publica, XIV (1972), 3, in memoriam Paul-Henri Spaak.
  • BBC Radio 4, Today (maart 2007), over de blanco bladzijden van het verdrag (secundair, geciteerd via naslagwerken).
  • Verder lezen: Paul-Henri Spaak, Combats inachevés (Fayard, 1969); Pierre-Henri Laurent, « Paul-Henri Spaak and the Diplomatic Origins of the Common Market, 1955–1956 », Political Science Quarterly (1970).
  • Waardenkader: demens.nu; humanistischverbond.be.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.