Henri Pirenne: de historicus die België een verhaal gaf

Gepubliceerd op 10 september 2026 om 13:24

Henri Pirenne (1862–1935) was de Gentse historicus die België met zijn zevendelige Histoire de Belgique (1900–1932) een samenhangend verleden gaf, eeuwen ouder dan 1830. Tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef hij als gedeporteerde, zonder archief, een geschiedenis van Europa. Zijn werk toont dat een historisch verhaal niet 'waar' wordt door zekerheid, maar door methode: bronkritiek, eerlijkheid over wat je niet weet en de bereidheid om je eigen verhaal te herzien.

Een kamer in een herberg in Creuzburg, een dorp aan de Werra in Thüringen. Het is 31 januari 1917. Een man van vierenvijftig slaat een schoolschrift open. Naast hem ligt geen archief, geen bibliotheek, geen enkele oorkonde: alleen een handboekje uit de dorpsschool.

De man is Henri Pirenne, de bekendste historicus van België. Twintig jaar lang heeft hij het verleden van zijn land opgebouwd uit bronnen, oorkonde na oorkonde. Nu doet hij iets wat hij in zijn eigen vak wantrouwt: geschiedenis uit het hoofd schrijven. Zijn onderwerp is niet België, maar heel Europa, van de val van Rome tot de Renaissance.

Creuzburg, 1917: Henri Pirenne als gedeporteerde professor

Henri Pirenne zat in Creuzburg, omdat hij weigerde mee te werken aan de Duitse plannen met de Gentse universiteit. De bezetter wilde die Franstalige universiteit in 1916 heropenen als Nederlandstalige instelling. Pirenne en zijn collega Paul Fredericq gaven niet thuis. De eis van een Nederlandstalige universiteit was een oude en terechte Vlaamse eis. Toch kwam deze universiteit eronder tijdens de bezetting, als onderdeel van de Flamenpolitik: de Duitse politiek om Vlamingen tegen de Belgische staat uit te spelen. Voor Pirenne en Fredericq was meewerken daarom collaboratie, geen emancipatie.

Op 18 maart 1916 werden beide professoren gearresteerd en naar Duitsland weggevoerd. Pirenne passeerde de kampen van Krefeld en Holzminden en verbleef enkele maanden in Jena. Vanaf januari 1917 was hij geïnterneerd in Creuzburg, tot het einde van de oorlog. Een vaak vertelde anekdote vat zijn houding samen. Toen een Duitse officier vroeg waarom hij Frans sprak, terwijl hij in Leipzig en Berlijn had gestudeerd, zou Pirenne geantwoord hebben dat hij sinds 3 augustus 1914 geen Duits meer kende. Of hij het letterlijk zo zei, is niet met zekerheid vast te stellen. Wel staat vast dat de oorlog hem diep had geraakt: zijn zoon Pierre sneuvelde op 3 november 1914 aan de IJzer.

De Histoire de Belgique: een land met een verleden vóór 1830

De Histoire de Belgique is de zevendelige geschiedenis van de Belgische gewesten die Henri Pirenne tussen 1900 en 1932 publiceerde. De kernstelling is dat de gewesten al sinds de middeleeuwen een gemeenschappelijke beschaving deelden, die zich bevond op het kruispunt van de Romaanse en de Germaanse wereld. België was voor Pirenne dus geen toevallige uitvinding van 1830, maar het resultaat van eeuwen samenleven. Nieuw was vooral zijn blik. Pirenne schreef niet alleen over vorsten en veldslagen, maar over steden, handel, lakenweverij en ambachten. De Franse historicus Marc Bloch zag er later een model in van 'totale geschiedenis'. Het werk werd in België over de politieke grenzen heen gelezen en geprezen. De ironie zit in het eerste deel. Dat verscheen in 1899 eerst in het Duits, als Geschichte Belgiens, op aandringen van zijn Leipziger vriend Karl Lamprecht. In oktober 1914 ondertekende Lamprecht samen met tientallen Duitse geleerden het manifest Aufruf an die Kulturwelt, dat de inval in België verdedigde.

Deel vijf: het manuscript dat Jenny Pirenne in veiligheid bracht

Het vijfde deel van de Histoire de Belgique was voltooid op 11 november 1915, enkele maanden vóór de deportatie van Henri Pirenne. Tijdens zijn afwezigheid zorgden zijn vrouw Jenny Vanderhaeghen en vrienden ervoor dat er afschriften werden gemaakt en in veiligheid werden gebracht. Na de oorlog verscheen dit deel, dat opgedragen was aan de gesneuvelde Pierre. In het voorwoord legt Pirenne uit waarom hij de tekst bijna niet aanpaste. Hij vreesde dat hij zich anders zou laten leiden door wat er na de wapenstilstand was gebeurd. Een man die twee jaar ballingschap en een zoon had verloren, weigerde zijn verdriet in zijn bronnen te laten sijpelen. Dat is geen koelheid. Dat is discipline.

Waarom Henri Pirenne na 1918 niet meer over 'rassen' sprak

De Eerste Wereldoorlog bracht Henri Pirenne ertoe zijn methode te herzien. Na 1918 liet hij het denken in 'rassen' en volkskarakters los, dat toen in de Europese geschiedschrijving gangbaar was. In de plaats daarvan werd hij een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis. Die ommekeer begon in de schoolschriften van Creuzburg. Pirenne had gezien hoe geleerden hun wetenschap in dienst stelden van een nationale zaak. Zijn Histoire de l'Europe probeert het omgekeerde: geen land als held, maar Europa als een netwerk van steden, handel en ideeën.

Van 31 januari 1917 tot 7 augustus 1918 schreef hij door. Toen kwamen zijn vrouw en jongste zoon naar Creuzburg, en hij legde de pen neer midden in de Renaissance. Bij de wapenstilstand was zijn verhaal gevorderd tot rond 1550. Latere historici zijn minder lyrisch dan zijn bewonderaars. Een recente recensent noemt de tekst sterk een kind van zijn tijd en wijst erop dat Pirenne hem nooit voor publicatie bedoelde. Net dat maakt hem interessant: het is een schets die weet dat ze een schets is.

Henri Pirenne en de Vlaamse Beweging: de blinde vlek van een nationaal verhaal

Het verhaal van Pirenne over één gemeenschappelijke Belgische beschaving kreeg vooral in Vlaanderen scherpe kritiek. Critici, onder wie de Nederlandse historicus Pieter Geyl, verweten hem dat hij een eenheid in het verleden projecteerde die vooral de Belgische staat van zijn eigen tijd diende. Volgens hen verspreidde Pirenne ook het beeld van een Vlaanderen dat altijd tweetalig was geweest. Daardoor leek de verfransing van de Vlaamse elite natuurlijk, in plaats van een machtskwestie. Die kritiek raakt aan Pirennes eigen leven. Hij was een Franstalige Waal uit Verviers die 44 jaar in Gent doceerde. Toen de Gentse universiteit in 1930 volledig Nederlandstalig werd, ging hij op emeritaat en verhuisde hij naar Ukkel. Hij stierf er op 24 oktober 1935.

Hier zit de tegenstrijdigheid van het personage. De man die Europa wilde vertellen zonder één land als held, had moeite om in zijn eigen land een verhaal te zien dat niet uitkwam bij België. Dat maakt hem geen schurk. Het maakt hem een mens die, zoals iedereen, het scherpst zag wat het verst van hem af lag.

Vrij onderzoek als toets: wat een verhaal over België 'waar' maakt

Vanuit het vrijzinnig-humanistische principe van vrij onderzoek is het antwoord op de spanningsvraag helder. Een historisch verhaal is zo waar als de methode waarmee het gemaakt is, en zo eerlijk als de grenzen die het toegeeft. Vrij onderzoek is het principe dat geen enkele bewering, religieus, politiek of nationaal, boven kritische toetsing staat.

Het lot van de schoolschriften maakt dat tastbaar. Na de dood van Pirenne bewerkte zijn zoon Jacques de tekst, en in 1936 werd de Histoire de l'Europe gepubliceerd. In 2014 gingen de historici Jean-Pierre Devroey en Arnaud Knaepen terug naar de originele schriften. Ze haalden Jacques' ingrepen weg, corrigeerden feitelijke fouten en voegden ruim zestig onuitgegeven bladzijden toe. Met andere woorden: het verhaal werd waardevoller doordat iemand terugging naar de bron. Hetzelfde geldt voor de Histoire de Belgique. De sterkte ervan (de aandacht voor steden en economie) en de zwakte ervan (het verleden als aanloop naar 1830) zien we vandaag net dankzij historici die Pirenne kritisch lazen.

Dit is een lezing, geen neutraal oordeel. Een natie die haar stichtingsverhaal niet laat bevragen, behandelt geschiedenis als dogma. Pirenne gaf België een verhaal. Vrij onderzoek geeft België het recht om dat verhaal in vraag te stellen.

Nationale verhalen in 2026: van canon tot chatbot

Ook vandaag zoeken gemeenschappen naar een gedeeld verhaal, en de vraag uit Creuzburg is niet verdwenen. Vlaanderen kreeg in 2023 een officiële canon, en elders in Europa wordt gedebatteerd over wat in de geschiedenisles hoort. Dat is een parallel, geen gelijkstelling: elke gemeenschap vertelt zichzelf een verhaal. De toets is of dat verhaal open blijft voor kritiek. Er is nog een parallel. Taalmodellen schrijven vandaag vlotte geschiedenis uit het hoofd, zonder archief, zoals Pirenne in zijn herbergkamer. Het verschil zit in het besef. Pirenne wist dat zijn schrift een schets was. Een tekst die even zelfverzekerd klinkt, zegt dat niet altijd.

Dus de volgende keer dat u een verhaal over België leest, inclusief dit verhaal, stel dan de vraag die Pirenne zichzelf stelde. Waar komt dit vandaan? En wat weten we niet?


Veelgestelde vragen

Wat maakt een historisch verhaal waar als de bronnen ontbreken?

Een historisch verhaal zonder bronnen is hoogstens een schets, en het wordt pas betrouwbaar als het die beperking eerlijk benoemt. Henri Pirenne schreef in 1917–1918 in Creuzburg een geschiedenis van Europa met enkel een schoolhandboekje, en bedoelde die tekst niet voor publicatie. Vanuit het principe van vrij onderzoek wordt een verhaal 'waar' door methode, transparantie en de bereidheid tot herziening, niet door zelfzekerheid.

Waarom zat Henri Pirenne gevangen in Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog?

Henri Pirenne werd op 18 maart 1916 samen met Paul Fredericq gearresteerd en naar Duitsland gedeporteerd, omdat beiden weigerden mee te werken aan de heropening van de Gentse universiteit als Nederlandstalige instelling onder Duitse bezetting. Hij verbleef in Krefeld, Holzminden en Jena, en van januari 1917 tot het einde van de oorlog in Creuzburg in Thüringen.

Wat houdt de Histoire de Belgique van Henri Pirenne in?

De Histoire de Belgique is een zevendelige geschiedenis van de Belgische gewesten, gepubliceerd tussen 1900 en 1932. Henri Pirenne stelt in zijn werk dat de Belgische gewesten al sinds de middeleeuwen een gemeenschappelijke beschaving deelden. Het eerste deel verscheen in 1899 eerst in het Duits.

Hoe veranderde de Eerste Wereldoorlog het denken van Henri Pirenne?

Na de Eerste Wereldoorlog liet Henri Pirenne het denken in 'rassen' en volkskarakters los en werd hij een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis. Die verschuiving is al zichtbaar in zijn Histoire de l'Europe, die hij in gevangenschap schreef en die in 1936 postuum verscheen.

Waarom werd Henri Pirenne bekritiseerd door Vlaamse historici?

Vlaamse critici en de Nederlandse historicus Pieter Geyl verweten Henri Pirenne dat hij een Belgische eenheid in het verleden projecteerde die vooral de Belgische staat van zijn tijd diende. Ze wezen ook op het beeld van een altijd tweetalig Vlaanderen, wat de verfransing van de elite natuurlijk deed lijken. Dat deze kritiek een blinde vlek blootlegt, is een lezing vanuit het principe van vrij onderzoek.


Bronnen

  • Pirenne, H., Histoire de Belgique, 7 dln., Brussel, 1900–1932 (vijfde deel met voorwoord en opdracht aan Pierre Pirenne; Nederlandse vertaling: Geschiedenis van België, via dbnl.org).
  • Pirenne, H., Histoire de l'Europe éditée d'après les carnets de captivité (1916–1918), suivie des Souvenirs de captivité, ed. J.-P. Devroey en A. Knaepen, Brussel, Académie royale de Belgique, 2014.
  • Laqua, D., recension de l'édition ci-dessus, English Historical Review 132 (2017).
  • Warland, G., 'Pirenne, Henri', in 1914-1918-online. International Encyclopedia of the First World War.
  • Keymeulen, S. en Tollebeek, J., Henri Pirenne, Historian: A Life in Pictures, Leuven, 2011; besproken in Journal of Belgian History, 2012.
  • Van Campenhout, 'Werk van historicus Henri Pirenne', Ons Erfdeel / De Lage Landen, 2012.
  • Ganshof, F.-L. e.a., levensbericht Henri Pirenne, UGent Memorialis; lemma 'Pirenne, Henri' in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.
  • Waardenkader: demens.nu en humanistischverbond.be (principe van vrij onderzoek).

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.