Constant Permeke (1886–1952) woonde van 1909 tot 1912 in Sint-Martens-Latem, maar vond daar zijn eigen stijl nog niet: hij schilderde toen onder invloed van het luminisme van Emile Claus. Zijn zware, onopgesmukte boeren en vissers ontstonden pas na de Eerste Wereldoorlog, in Engeland, Oostende en vanaf 1929 in Jabbeke. Het Vlaams expressionisme, waarvan Permeke het boegbeeld werd, is een kunststroming uit de jaren 1920 die het landelijke leven schildert in donkere aardkleuren en vereenvoudigde, massieve vormen.
Een jonge schilder klopt aan bij een collega in Sint-Martens-Latem. Hij komt iets banaals vragen: een paar tubes verf. Het is 1909 of kort daarna, en Constant Permeke is begin twintig. Binnen staat een groot doek. Mannen en vrouwen buigen zich over een akker en zetten aardappelen in de grond. Geen zon, geen glinsterende Leie, geen idylle. Er zijn alleen zware lijven in donkere, ruwe verf.
Het schilderij heet De Aardappelplanters. Het is van Albert Servaes, een schilder wiens werk in die jaren zelden ernstig genomen wordt, en soms gewoon uitgelachen. Permeke kijkt. Hij is zo onder de indruk dat hij geen woord meer kan uitbrengen. Of het precies zo ging, weten we niet zeker. Het verhaal komt van één getuige, Georges Chabot. Maar het stelt de vraag waar deze column om draait: kan je het licht van een dorp schilderen zonder het mooier te maken dan het is?
Sint-Martens-Latem rond 1900: een dorp vol schilders
De Latemse school is de verzamelnaam voor twee groepen kunstenaars die zich rond 1900 vestigden in Sint-Martens-Latem, een dorp aan de Leie bij Gent. De eerste groep kwam er vanaf 1899, de tweede vanaf 1905. Waarom net Latem? Volgens kunstfilosoof Willem Elias, omdat de schilderende gemeentesecretaris Albijn Van den Abeele kunstenaars aan een goedkope woning hielp. Grote idealen beginnen soms bij een lage huur.
De eerste groep zocht op het platteland een zuivere, oorspronkelijke wereld. George Minne beeldhouwde in zichzelf gekeerde jongens. Valerius De Saedeleer bekeerde zich in 1904 tot het christendom en schilderde religieus geladen landschappen. Gustave Van de Woestyne trok in 1905 enkele maanden in een klooster en schilderde boeren met de ingetogenheid van heiligen. Dat was oprecht. Deze mannen zochten in de boer geen decor, maar een geweten. Toch blijft het een blik van buitenaf: de boer werd een heilige, geen mens met een rug die pijn doet.
Emile Claus en het luminisme: het licht dat alles mooier maakt
Luminisme is de Belgische variant van het impressionisme, waarin schilders vooral het spel van zonlicht op landschap en figuren vastleggen. Emile Claus, die verderop aan de Leie woonde in Astene, was er het boegbeeld van. Toen Constant Permeke in 1909 naar Latem kwam, stond hij nog in de ban van Claus. Volgens de catalogus van het Permekemuseum zag hij hem een tijdlang als dé vernieuwer van de Vlaamse schilderkunst. Ook de jonge schilders van de tweede Latemse groep, de broers Gust en Léon De Smet en Frits Van den Berghe, schilderden in die jaren impressionistisch.
Permeke paste er nooit helemaal bij. Hij woonde samen met zijn verloofde Marietje Delaere, nog vóór hun huwelijk in 1912. Toch hield hij zich vaak eigenzinnig afzijdig van het uitgelaten gedoe van zijn kameraden. Een vrije geest, maar geen feestnummer. En het licht van Claus? Het is prachtig, maar het idealiseert op zijn eigen manier. Waar de eerste groep de boer heilig maakte, maakte het luminisme hem zonnig.
De aardappelplanters van Albert Servaes (1909)
Albert Servaes (1883–1966) schilderde in 1909 De Aardappelplanters, een groot, donker en ruw doek dat later in het bezit kwam van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Kunsthistorici zien Servaes als de eerste echte vertegenwoordiger van het expressionisme in België. Hoe groot zijn invloed op Permeke was, daarover zijn de bronnen het oneens. Criticus Paul Fierens schreef dat alle Vlaamse expressionisten Servaes iets verschuldigd waren, Permeke voorop. De catalogus van het Permekemuseum noemde het belang van Latem voor Permeke juist "meestal opgeschroefd". Biograaf Roger Avermaete koos het midden: Latem verrijkte het werk weinig, maar vormde wel de geest.
Servaes zelf is een verhaal apart. Hij was een diepgelovig man, voor wie schilderen een vorm van bidden was. In 1919 tekende hij een kruisweg zo rauw dat zijn geestelijke leidsman, een karmeliet, er volgens Servaes eindelijk met open ogen voor kon bidden. Toch verklaarde het Heilig Officie in Rome die kruisweg op 30 mei 1921 ongeschikt voor de openbare eredienst. Het werk moest de kerk uit. Een gelovige kunstenaar toonde lijden zonder franje, en zijn eigen kerk duwde het weg. Niet de twijfelaar, maar de instelling verdroeg de eerlijkheid van het beeld niet.
Permeke na 1914: oorlog, Engeland en Jabbeke
Constant Permeke vond zijn eigen, onopgesmukte stijl pas na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In 1914 werd hij gemobiliseerd, raakte hij zwaargewond en werd hij naar Engeland overgebracht. In Chardstock, in het Engelse graafschap Devon, schilderde hij in 1916–1917 volgens de Tate zijn eerste echt eigen werken. Na de oorlog keerde hij terug naar Oostende en schilderde hij vissers in bruin en zwart, met massieve, vervormde lijven. Vanaf 1929 woonde hij in Jabbeke, tussen Oostende en Brugge, in zijn huis De Vier Winden. Daar werden boeren zijn grote onderwerp.
Wie die boeren bekijkt, ziet geen heiligen en geen zonnige zondagen. Willem Elias beschrijft hoe deze expressionisten zowel robuuste als uitgemergelde lichamen schilderden, met een onverbloemde stijl en tegelijkertijd met diepe eerbied. Bij Permeke komt het licht niet uit de hemel. Het zit in de aarde zelf, in okers en bruinen die zwaar op het doek liggen. Hier ligt het antwoord op de spanningsvraag. Ja, je kan een dorp schilderen zonder het te idealiseren. Maar Permeke moest daarvoor eerst weg uit het dorp van de schilders, en dwars door een oorlog heen.
Het label 'Vlaams expressionisme': een nieuwe aureool
De term Vlaams expressionisme werd rond 1920 gevestigd door de Brusselse galerie en het tijdschrift Sélection van Paul-Gustave Van Hecke en André de Ridder. Ze bouwden het label rond drie namen: Permeke, Gust De Smet en Frits Van den Berghe. Daarna kreeg het woord "Vlaams" een eigen leven. Vanaf 1926 legden critici steeds meer de nadruk op Vlaamse eigenheid, op de band tussen mens en grond, op het eenvoudige en het rustieke.
Willem Elias wijst erop dat het adjectief betekenissen kreeg, zoals volksaard, die weinig met schilderkunst te maken hadden. De vernieuwers van 1920 werden zo het nieuwe academisme.
Daar zit de ironie. Permeke had zich losgeschilderd van de vrome boer en van de zonnige boer. Daarna maakten anderen van zijn boer het zinnebeeld van een volk. Vanuit het principe van vrij onderzoek is dat de kern van dit verhaal. Geloof, schoonheid en nationale trots zijn drie verschillende brillen, maar ze doen hetzelfde: ze zetten een idee vóór de mens. Permekes werk toont dat kijken zonder zo'n bril mogelijk is. Zijn ontvangst toont hoe snel iemand anders die bril weer opzet.
Van Latem tot het boerenprotest van 2024
Het idyllische beeld van het Vlaamse platteland leeft vandaag nog altijd. Willem Elias merkt op dat wie nu door Latem wandelt, door de toeristische uitbating ten onrechte denkt in de bakermat van het Vlaams expressionisme te staan. Intussen reden op 1 februari 2024 zo'n 1.300 tractoren de Europese wijk in Brussel binnen. Boeren protesteerden er tegen dalende inkomens en een groeiende papierberg. Ze waren geen decor, geen heiligen en geen zonneschijn: het waren mensen met een rekening die niet klopte.
Dit is een parallel, geen gelijkstelling. Maar de vraag uit dat atelier van 1909 is niet verdwenen. Houden we van het platteland, of van ons beeld ervan? En wie mag dat beeld schilderen: wij, of de mensen die er wonen en werken?
Veelgestelde vragen
Idealiseerde Constant Permeke het boerenleven?
Nee, niet in zijn rijpe werk. Vanaf de jaren 1920 schilderde Constant Permeke boeren en vissers als zware, onopgesmukte figuren in donkere aardkleuren, zonder religieuze of zonnige verfraaiing. Wel gebruikten critici zijn werk later als zinnebeeld van een Vlaamse volksaard. Dat die laatste stap een nieuwe idealisering was, is een lezing vanuit het vrijzinnig-humanistische kader van deze column.
Wat is de Latemse school?
De Latemse school is de verzamelnaam voor twee groepen kunstenaars in Sint-Martens-Latem aan de Leie. De eerste groep (vanaf 1899), met onder meer George Minne, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne, werkte symbolistisch en religieus geïnspireerd. De tweede groep (vanaf 1905), met de broers De Smet, Frits Van den Berghe en Constant Permeke, schilderde eerst impressionistisch en werd pas na de Eerste Wereldoorlog expressionistisch.
Wat is luminisme in de Belgische schilderkunst?
Luminisme is de Belgische variant van het impressionisme, gericht op het weergeven van zonlicht op landschap en figuren. Emile Claus (1849–1924), die in Astene aan de Leie woonde, was de belangrijkste vertegenwoordiger. Constant Permeke stond bij zijn aankomst in Sint-Martens-Latem in 1909 nog onder zijn invloed.
Wie was Albert Servaes?
Albert Servaes (1883–1966) was een Gentse schilder uit Sint-Martens-Latem die geldt als de eerste echte expressionist van België. Zijn doek De Aardappelplanters (1909) maakte volgens een getuige diepe indruk op Constant Permeke. Zijn kruisweg van 1919 werd op 30 mei 1921 door het Heilig Officie in Rome ongeschikt verklaard voor de openbare eredienst.
Waar woonde en werkte Constant Permeke?
Constant Permeke woonde van 1909 tot 1912 in Sint-Martens-Latem en daarna in Oostende. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij als gewonde soldaat in Engeland. Vanaf 1929 woonde hij tot zijn dood in 1952 in Jabbeke, in het huis De Vier Winden, dat vandaag het Permekemuseum is.
Wat is Vlaams expressionisme?
Vlaams expressionisme is een Belgische kunststroming uit de jaren 1920 die het boeren- en vissersleven schilderde in donkere aardkleuren en vereenvoudigde, massieve vormen. De term werd rond 1920 gevestigd door de Brusselse galerie en het tijdschrift Sélection, rond Constant Permeke, Gust De Smet en Frits Van den Berghe.
Bronnen
- Elias, Willem. "Het expressionisme", in Aspecten van de Belgische kunst na '45, online op willemelias.be (2012).
- "Permeke en Servaes vóór 1914", Ons Erfdeel 30 (1987), via DBNL (met de getuigenis van Georges Chabot en citaten van Paul Fierens, Roger Avermaete en de catalogus van het Permekemuseum).
- "Belangrijke data" en "Ten huize van… Albert Servaes", via DBNL (chronologie en eigen getuigenis van Albert Servaes over de kruisweg van 1919).
- Alley, Ronald. Catalogue of the Tate Gallery's Collection of Modern Art, Londen, 1981, p. 585 (biografie Constant Permeke).
- Permekemuseum Jabbeke, persdossier heropening (2024).
- VRT NWS en TTimes hebben verslag gedaan van het boerenprotest in Brussel opest Brussel, 1 februari 2024.
- Het waardenkader omvat deMens.nu en het Humanistisch Verbond, dat zich richt op vrij onderzoek en zelfbeschikking.
Reactie plaatsen
Reacties