De zaak-Popelin was de rechtszaak van 1888–1889 waarin het hof van beroep van Brussel en daarna het Hof van Cassatie weigerden Marie Popelin toe te laten tot de eed van advocaat. Popelin was de eerste vrouw in België met een doctoraat in de rechten, en geen enkele wet sloot vrouwen uit van de balie. De rechters weigerden toch, op grond van traditie en de 'natuur' van de vrouw.
Brussel, 3 december 1888. In de zaal van het hof van beroep is het druk. Kranten en lezers schrijven al weken over één vraag: mag een vrouw advocaat worden? Vooraan staat Jules Guillery, gewezen voorzitter van de Kamer en oud-stafhouder van de Brusselse balie. Hij doet wat een ervaren advocaat doet bij een nieuwe collega: hij stelt haar voor aan het hof. Naast Jules Guillery staat Louis Frank, die amper 24 jaar oud is en haar zaak zal bepleiten. En dan is er Marie Popelin: bijna 42 jaar oud, gewezen schooldirectrice, met een recent diploma van doctor in de rechten. Ze vraagt maar één ding: dat ze de eed mag afleggen. Voor mannen met hetzelfde diploma is dat een formaliteit. Maar procureur-generaal Van Schoor staat op en verzet zich met kracht. Wat Popelin op dat moment voelde, vertellen de bronnen niet. Wel weten we wat ze wist: geen enkele Belgische wet verbood wat ze vroeg. Negen dagen later zou ze leren hoe weinig dat betekende.
Marie Popelin: van schooljuf tot eerste doctor in de rechten
Marie Popelin (Schaarbeek, 1846 – 1913) was lerares en schooldirectrice; ze ging op haar 37ste rechten studeren aan de Université libre de Bruxelles (ULB). In 1888 behaalde ze daar met onderscheiding het diploma van doctor in de rechten, als eerste vrouw in België. Popelin begon haar loopbaan in de school van Isabelle Gatti de Gamond, de Brusselse pionierster van degelijk onderwijs voor meisjes. In 1875 trok ze met haar zus Louise naar Bergen om er een nieuwe meisjesschool te leiden, opgericht met liberale steun. In 1881 werd ze directrice in Laken, maar door administratieve problemen bleef ze er niet lang. In 1883 schreef ze zich in aan de ULB.
Dat ze mocht studeren, was eigenlijk een toeval van de wetgeving. De wet van 20 mei 1876 op de academische graden verbood vrouwen niets, simpelweg omdat niemand aan vrouwen had gedacht. Wat niet verboden is, is toegelaten. Zo raakte Emma Leclercq in 1880 als een van de eerste vrouwen binnen aan de ULB. Hier zit de tegenstrijdigheid van Marie Popelin. Ze was geen vrouw van barricades. Ze koos de braafste, meest formele weg die er bestond: studeren, slagen, zich aanmelden volgens de regels. Haar hele strategie rustte op één vertrouwen: dat de wet, eerlijk gelezen, haar gelijk zou geven.
Het arrest van 12 december 1888: de 'natuur' van de vrouw
Op 12 december 1888 weigerde het hof van beroep van Brussel Marie Popelin de eed van advocaat. Het hof gaf toe dat geen wet vrouwen uitdrukkelijk uitsloot. Het weigerde toch. Het arrest volgde grotendeels de redenering van procureur-generaal Van Schoor. De wet, stelde het hof, weerspiegelde 'onze zeden' en de tradities van het verleden. Had de wetgever vrouwen aan de balie gewild, dan had hij dat wel gezegd. En dan kwam de passage die bleef hangen: 'de bijzondere natuur van de vrouw, de relatieve zwakte van haar gestel' maakten haar ongeschikt voor de strijd en de vermoeienissen van de balie. Moederschap, opvoeding en huishouden vulden de lijst aan. Let op de ironie. In 1876 had de stilte van de wet de universiteit geopend voor vrouwen. In 1888 werd diezelfde stilte gebruikt om de rechtszaal te sluiten.
Het is verleidelijk om van Van Schoor en de raadsheren karikaturen te maken. Dat zou te gemakkelijk zijn. Zij geloofden oprecht dat ze een maatschappelijke orde beschermden, en de vrouw zelf: het arrest spreekt over 'de bescherming die zij nodig heeft'. Net daar zit het probleem, want bescherming die niemand gevraagd heeft, wordt snel een kooi. De pers smulde ervan. La Meuse spotte dat Brussel beter een universiteit voor de keuken kon oprichten, en het satirische blad Le Rasoir tekende Popelin terug naar het fornuis. Toch vatte een lezeres in Gil Blas de zaak droog samen. Kennis van het Wetboek? Die heeft ze. De toga? Die ook. 'Eh bien! alors?'
Het Hof van Cassatie, 11 november 1889: 'een zaak voor de wetgever'
Op 11 november 1889 verwierp het Hof van Cassatie het beroep van Marie Popelin. Het hoogste hof stelde dat de mannelijke vorm in de wetten over de advocatuur hier geen vrouwen omvatte. Over de 'natuur' van de vrouw wilde het zich niet uitspreken. De oplossing, zei het hof, lag bij de wetgever.
Van rechtszaal naar beweging: de Ligue belge du droit des femmes (1892)
Marie Popelin verloor haar zaak, maar ze bouwde een beweging. In april 1892 richtte ze samen met Louis Frank de Ligue belge du droit des femmes op, de Belgische Liga voor Vrouwenrechten, en de eerste georganiseerde feministische vereniging van het land. Eerst deed ze iets opvallends. Ze liep toch stage bij een Brusselse advocaat, terwijl ze wist dat ze het beroep nooit zou mogen uitoefenen. Frank schreef intussen. Al in september 1888 had hij de brochure La femme-avocat uitgegeven; in 1892 volgde een studie van 600 pagina's over de politieke positie van de vrouw. De Liga kreeg steun van Isala Van Diest, die de eerste vrouwelijke arts van België was, van Léonie La Fontaine en van progressieve figuren zoals Henri La Fontaine, Emile Vandervelde en ULB-hoogleraar Hector Denis. Popelin vatte het doel zelf samen: de vrouw is iets anders dan echtgenote en moeder. Ze kan eigen talenten hebben, en ze moet het recht krijgen die te gebruiken.
De Liga werkte niet met stenen, maar met wetsvoorstellen. Dat leverde resultaat op. Sinds 1900 mocht een getrouwde vrouw zelf over haar loon en spaargeld beschikken; sinds 1908 mocht een vrouw getuige zijn bij akten van de burgerlijke stand. In 1905 bracht Popelin vrouwenorganisaties samen in de Nationale Vrouwenraad, de Conseil national des femmes belges. Marie Popelin stierf op 5 juni 1913. Pas de wet van 7 april 1922 opende de balie voor vrouwen, en op 8 mei 1922 legde Paule Lamy als eerste vrouw de eed af. Een getrouwde vrouw had daarvoor nog wel de toestemming van haar man nodig.
Waarom de zaak-Popelin over vrij onderzoek gaat
De zaak-Popelin toont wat er gebeurt als gezag de plaats inneemt van onderzoek. Wat volgt, is een duiding vanuit het vrijzinnig-humanistische principe van vrij onderzoek: geloof niet op gezag, onderzoek zelf. De rechters onderzochten niet of Marie Popelin een goede advocaat kon zijn. Het bewijs lag nochtans voor hen: een doctoraat met onderscheiding, behaald aan een universiteit die gesticht was op het principe van vrij onderzoek. Toch kregen 'zeden', traditie en een veronderstelde 'natuur' voorrang. Dat zijn geen argumenten, maar gewoontes in toga. Ook een tweede waarde stond op het spel: zelfbeschikking. Popelin vroeg geen gunst, maar het recht om zelf haar beroep te kiezen. Het hof besliste in haar plaats wat goed voor haar was.
Eerlijkheid vraagt ook een ongemakkelijke vaststelling. Het liberale België van de grondwet van 1831 beloofde ruime vrijheden, maar deze werden in de praktijk alleen voor mannen toegepast. Bij de wet van 1890 op de academische graden kregen vrouwen toegang tot het artsenberoep, maar de katholieke meerderheid hield de balie dicht. Ook in progressieve kringen bleven vrouwenrechten lang een tweede prioriteit, en daarom was Popelins strijd ook een toets voor het liberale ideaal zelf.
Marie Popelin vandaag: gelijkheid op papier en in de praktijk
De les van Marie Popelin voor vandaag is dat gelijkheid op papier niet volstaat. Ook wie de regels toepast, moet bereid zijn ze voor iedereen te lezen. Dit is een parallel, geen gelijkstelling: niemand weigert vandaag nog een vrouw aan de balie. Toch ging het ook na 1922 traag. Tot 1958 had een getrouwde advocate de toestemming van haar man nodig. Pas na een wet van 1948 kon Geneviève Pevtschin de eerste vrouwelijke magistraat van België worden. Popelins vraag blijft dus overeind. Wat doe je als de wet je gelijk geeft, maar de mensen die haar toepassen niet? Haar antwoord was geen bitterheid, maar organisatie. Ze verloor haar eigen zaak en won die van de generaties na haar.
Voor ons is de vraag eenvoudiger en lastiger tegelijk. Welke 'natuurlijke' argumenten gebruiken wij vandaag nog, zonder ze ooit werkelijk te onderzoeken?
Veelgestelde vragen
Waarom mocht Marie Popelin geen advocaat worden?
Marie Popelin mocht in 1888 geen advocaat worden, omdat ze een vrouw was. Het hof van beroep van Brussel erkende dat geen wet vrouwen uitsloot, maar weigerde haar de eed op grond van traditie en de 'natuur' van de vrouw. Het Hof van Cassatie bevestigde die weigering op 11 november 1889.
Wie was Marie Popelin?
Marie Popelin (1846–1913) was een Belgische lerares, juriste en feministe. In 1888 werd ze aan de Université libre de Bruxelles de eerste vrouw in België met een doctoraat in de rechten. Na haar weigering aan de balie werd ze een van de grondleggers van de georganiseerde Belgische vrouwenbeweging.
Wat besliste het hof van beroep in de zaak-Popelin?
Op 12 december 1888 weigerde het hof van beroep van Brussel Marie Popelin toe te laten tot de eed van advocaat. Het hof stelde dat de wet de traditie volgde en dat de 'natuur' van de vrouw, het moederschap en het huishouden niet te verzoenen waren met het beroep van advocaat.
Wat was de Ligue belge du droit des femmes?
De Ligue belge du droit des femmes (Belgische Liga voor Vrouwenrechten) was de eerste georganiseerde feministische vereniging van België. Marie Popelin en Louis Frank richtten ze op in april 1892. De Liga ijverde via wetsvoorstellen voor de juridische en economische gelijkheid van vrouwen.
Wat heeft de zaak-Popelin te maken met vrij onderzoek?
Vanuit een vrijzinnig-humanistisch perspectief is de zaak-Popelin een schoolvoorbeeld van gezag dat onderzoek vervangt. De rechters lieten traditie en een veronderstelde 'natuur' van de vrouw zwaarder wegen dan het bewijs van haar diploma. Dit is een duiding vanuit dat waardenkader, geen juridische vaststelling.
Sinds wanneer mogen vrouwen in België advocaat worden?
Vrouwen mogen in België advocaat worden sinds de wet van 7 april 1922. Paule Lamy legde op 8 mei 1922 als eerste vrouw de eed af. Tot 1958 had een getrouwde advocate wel de toestemming van haar man nodig.
Bronnen
- Hof van beroep Brussel / Cour d'appel de Bruxelles, arrest van 12 december 1888, Pasicrisie 1889, II, 48; gepubliceerd in La Belgique judiciaire, 1889, p. 16.
- Hof van Cassatie / Cour de cassation, arrest van 11 november 1889, La Belgique judiciaire, 1890, p. 24.
- Kamer van Volksvertegenwoordigers / Chambre des Représentants, wetsvoorstel van 24 januari 1901 (toelichting) en wetsontwerp van 20 april 1920 (memorie van toelichting), Parl. St. Kamer.
- Wet van 7 april 1922 waarbij het aan de vrouwen, die het diploma van doctor in de rechten bezitten, geoorloofd wordt den eed van advocaat af te leggen, Belgisch Staatsblad.
- Frank, La femme-avocat. Exposé historique et critique de la question, Brussel, Larcier, 1888.
- De Bueger-Van Lierde, 'Louis Frank, pionnier du mouvement féministe belge', Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 4 (1973), 3-4, pp. 377-392.
- De Bueger-Van Lierde, 'À l'origine du mouvement féministe en Belgique. L'affaire Popelin', Revue belge de philologie et d'histoire, 50 (1972), 4, pp. 1128-1137.
- Janssens de Bisthoven, 'Il y a 100 ans : l'accès des femmes au barreau en Belgique', AVG-Carhif (Archief en Onderzoekscentrum voor Vrouwengeschiedenis), 2022.
- Belgische Senaat, tentoonstellingen over vrouwenrechten en Marie Janson (online, senate.be).
- Het waardenkader / value framework omvat deMens.nu (demens.nu) en het Humanistisch Verbond (humanistischverbond.be). De thematische achtergrond van het liberalisme is te vinden bij Liberas (liberas.eu).
Reactie plaatsen
Reacties