Adolphe Quetelet (1796–1874) was een Gentse wiskundige, astronoom en statisticus die in 1835 de 'gemiddelde mens' (l'homme moyen) introduceerde. De gemiddelde mens is een fictief persoon wiens kenmerken het gemiddelde zijn van alle metingen in een bevolking. Met dat idee legde Quetelet de basis van de sociale statistiek en van de latere BMI, maar hij maakte het gemiddelde ook tot een maatstaf waaraan individuen werden afgemeten.
Brussel, begin jaren 1830. In het Brusselse vondelingenhuis liggen kinderen die niemand heeft willen of kunnen verzorgen. Een man van midden dertig meet elk kind afzonderlijk: hoe lang, hoe zwaar, en of het een jongen of een meisje is. Hij noteert de cijfers en gaat door naar het volgende kind. Die man, Adolphe Quetelet, is benoemd tot astronoom van een sterrenwacht die nog niet af is. Honderd pasgeborenen worden op deze manier in zijn kolommen geregistreerd. Uit die cijfers rekent hij iets wat nog niemand zo had gedaan: hoe groot en hoe zwaar een 'gewone' baby is.
In dat moment zit een wrange ironie. De eerste 'normale' baby op papier is opgebouwd uit de kwetsbaarste kinderen van de stad. Medisch historicus Lawrence Weaver wijst erop dat die vondelingen allesbehalve representatief waren. Toch bleven Quetelets cijfers decennialang dé referentie voor de groei van zuigelingen. Zo begint een idee dat vandaag nog in je dokterspraktijk, je verzekeringspolis en je smartphone zit. En zo begint ook de vraag van deze column: wat gebeurt er met het individu zodra de wetenschap het gemiddelde uitvindt?
Quetelets 'gemiddelde mens': een idee uit de sterrenkunde
Adolphe Quetelet leende het idee van de gemiddelde mens uit de sterrenkunde: een denkbeeldig persoon die alle gemiddelden van een bevolking in zich verenigt. Hij werkte het begrip uit in zijn hoofdwerk Sur l'homme et le développement de ses facultés, ou Essai de physique sociale (1835). Zelf vergeleek hij die figuur met het zwaartepunt van een lichaam: het punt waarrond alles schommelt. Sterrenkunde was Quetelets eerste liefde. Astronomen wisten dat elke meting van een ster een kleine fout bevat. Meet je vaak genoeg, dan verdelen die fouten zich netjes rond het juiste antwoord, in de vorm van een klokcurve. Het gemiddelde is dan de beste benadering van de werkelijkheid. Quetelets gedurfde stap was om die logica op mensen toe te passen. Toch zijn duizend metingen van één ster iets anders dan duizend verschillende mensen. ULB-statisticus Jean-Jacques Droesbeke noemt die gelijkstelling 'gedurfd, zelfs onrechtmatig'. Ze werkte wel verbluffend goed om regelmaat in de samenleving zichtbaar te maken.
Het gemiddelde als ideaal: de Schotse soldaten van 1846
Adolphe Quetelet zag het gemiddelde niet als een grijs midden, maar als een ideaal, en de Schotse soldaten van 1846 werden zijn bekendste bewijs. Afwijkingen beschouwde hij in wezen als fouten: toevallige verstoringen van een model. De gemiddelde mens was voor hem het type van een volk, en zelfs een maatstaf voor schoonheid.
In 1846 publiceerde Quetelet de borstomtrek van 5.738 Schotse soldaten en liet zien dat de cijfers een klokcurve vormden rond ongeveer 40 duim (zo'n 102 centimeter). Hij had die soldaten nooit zelf gemeten: de cijfers kwamen uit een eerdere Schotse publicatie. De Amerikaanse statisticus Stephen Stigler ontdekte later dat Quetelet bij het optellen heel wat rekenfouten maakte. Zijn conclusie bleef grotendeels overeind. Maar dit voorval toont aan hoe snel een aantrekkelijk gemiddelde zekerder lijkt dan het in werkelijkheid is.
1831: Quetelet ontdekt de regelmaat van de misdaad
In 1831 ontdekte Adolphe Quetelet dat misdaad jaar na jaar met opvallende regelmaat terugkeert. Dat jaar publiceerde hij een studie over de 'neiging tot misdaad' op verschillende leeftijden. Hij zag dat het aantal moorden, vervalsingen en vergiftigingen van jaar tot jaar nauwelijks veranderde. Hij vatte het samen in een zin die bleef hangen. Er bestaat volgens Quetelet een 'budget' dat de samenleving met angstwekkende regelmaat betaalt: dat van de gevangenissen, de strafkampen en het schavot. Net dat budget, schreef hij, moest omlaag. In zijn boek van 1835 ging hij verder. De samenleving bevat volgens Quetelet de kiemen van elke misdaad die er gepleegd zal worden; de dader is eerder het werktuig. Dat klinkt somber, maar hij las het hoopvol. Als de oorzaken sociaal zijn, kan je ze veranderen: via betere instellingen, andere gewoonten en vooral onderwijs.
Quetelets cijfers en de vrije wil
Adolphe Quetelets misdaadcijfers botsten volgens veel tijdgenoten met de vrije wil. Als je vooraf kan voorspellen hoeveel mensen volgend jaar zullen moorden, waar blijft dan de keuze van de moordenaar? Zijn werk zette een brede discussie op gang over vrije wil tegenover sociaal determinisme. Quetelet zelf ontkende de vrije wil niet. Hij beschreef groepen, geen personen: in grote aantallen vallen de individuele afwijkingen tegen elkaar weg. Precies daar zit de spanning. Een wet voor duizend mensen zegt niets zeker over die ene mens, en toch zou de verleiding groot worden om ze zo te lezen.
Brussel 1853: het jonge België meet zichzelf
Adolphe Quetelet leerde het jonge België zichzelf te meten, en gaf de nieuwe staat zo iets wat die hard nodig had: betrouwbare cijfers en internationale geloofwaardigheid. In 1841 kwam er een Centrale Commissie voor de Statistiek, met Quetelet als voorzitter tot aan zijn dood in 1874. Een van haar eerste taken was eenvoudig en fundamenteel: vaststellen hoeveel inwoners het koninkrijk telde. In 1853 bracht Quetelet in Brussel het eerste Internationaal Statistisch Congres samen. Een land dat nog geen kwarteeuw bestond, werd zo het ontmoetingspunt van Europese statistici. Voor een onwaarschijnlijke natie was dat geen detail. Wie zichzelf kan tellen en meten, bestaat ook op papier.
Quetelet, Galton en de twee gezichten van het gemiddelde
Vanuit het vrijzinnig humanisme heeft de erfenis van Adolphe Quetelet twee gezichten. Het eerste gezicht is bevrijdend. Wie misdaad telt in plaats van ze als zonde of noodlot te verklaren, past vrij onderzoek toe: geloof niet, onderzoek. Quetelet haalde de verklaring van menselijk gedrag weg bij preek en lot, en legde ze bij omstandigheden die mensen zelf kunnen veranderen. Het tweede gezicht bedreigt net wat het vrijzinnig humanisme het hoogst acht: zelfbeschikking. Als het gemiddelde een ideaal is, wordt elke afwijking een fout. Wie te klein, te zwaar of gewoon anders is, wordt dan niet meer beschreven, maar beoordeeld. Zo dreigde het gemiddelde zelf een dogma te worden, geschreven in cijfers in plaats van in geloofsartikelen.
Die tweede lijn reikte verder dan Quetelet zelf. De Britse wetenschapper Francis Galton las Quetelets klokcurve en richtte zijn blik op wie boven en onder het gemiddelde uitkwam. In 1883 muntte Galton het woord 'eugenetica'. Quetelet heeft dat niet bedacht, maar zijn idee van een ideale norm maakte die sprong wel makkelijker. Toch zou het oneerlijk zijn om Quetelet als een koude cijferaar af te schilderen. Droesbeke beschrijft hem als een voorzichtig man, gehecht aan fatsoen, eerder hervormer dan revolutionair. Hij wilde het budget voor gevangenissen en het schavot verlagen, en niet mensen sorteren. Zijn vergissing was geen kwade wil, maar een te groot vertrouwen in het midden.
Van Quetelet-index tot cockpit: de gemiddelde mens vandaag
De gemiddelde mens van Adolphe Quetelet leeft vandaag voort in de BMI en in het ontwerp van alledaagse dingen, van kleding tot cockpits. De verhouding tussen gewicht en het kwadraat van de lengte die Quetelet rond 1832 beschreef, kreeg in 1972 van de Amerikaanse fysioloog Ancel Keys de naam body mass index. Quetelet bedoelde deze formule nooit als medisch oordeel over individuen. Vandaag bepaalt die ene formule mee of een arts, een verzekeraar of een app je 'normaal' noemt. Een sprekend tegenvoorbeeld komt uit de Amerikaanse luchtmacht. Rond 1950 vergeleek onderzoeker Gilbert Daniels 4.063 piloten met een 'gemiddelde piloot' op tien lichaamsmaten. Geen enkele piloot bleek op alle tien gemiddeld. Dus paste er niemand in een cockpit voor de gemiddelde piloot.
Dit is een parallel, geen gelijkstelling: Quetelet ontwierp geen algoritmes of risicoprofielen. Maar de vraag die hij opriep, is vandaag scherper dan ooit. Het vrijzinnige antwoord is helder: meet gerust, maar laat de meting nooit bepalen wie iemand mag zijn. Wie beschermt vandaag de mens die net buiten de curve valt?
Veelgestelde vragen
Wat betekent de gemiddelde mens van Quetelet voor het individu?
Wie het gemiddelde tot ideaal maakt, maakt van elk individu een afwijking van een norm. Adolphe Quetelet beschreef met de 'gemiddelde mens' groepen, maar zijn idee werd later ook gebruikt om personen te beoordelen. Vanuit het vrijzinnig-humanistische kader van deze reeks is dat de kern van het probleem: een meting mag beschrijven, maar niet bepalen wie iemand mag zijn.
Wat is de 'gemiddelde mens' van Quetelet?
De gemiddelde mens (l'homme moyen) is een fictief persoon wiens kenmerken het gemiddelde zijn van alle metingen in een bevolking. Adolphe Quetelet ontwikkelde dit begrip in 1835 in zijn werk Sur l'homme et le développement de ses facultés. Hij leende de methode uit de sterrenkunde en zag afwijkingen van het gemiddelde als fouten.
Wat ontdekte Quetelet over misdaad?
Adolphe Quetelet ontdekte vanaf 1831 dat het aantal misdaden jaar na jaar opvallend constant blijft. Hij besloot daaruit dat misdaad sterk samenhangt met sociale omstandigheden, die je via instellingen en onderwijs kan verbeteren. Zijn werk voedde het debat over vrije wil tegenover sociaal determinisme.
Waarom is Adolphe Quetelet belangrijk voor België?
Adolphe Quetelet (Gent, 1796 – Brussel, 1874) gaf het jonge België betrouwbare statistiek en internationale wetenschappelijke geloofwaardigheid. Hij leidde vanaf 1832 de Brusselse sterrenwacht en was van 1841 tot 1874 voorzitter van de Centrale Commissie voor de Statistiek. In 1853 bracht hij in Brussel het eerste Internationaal Statistisch Congres samen.
Had Quetelet iets te maken met eugenetica?
Adolphe Quetelet heeft de eugenetica niet bedacht; het woord werd in 1883 gemunt door de Britse wetenschapper Francis Galton. Galton bouwde wel voort op Quetelets klokcurve en op het idee van een norm waaraan mensen gemeten worden. Vanuit het vrijzinnig-humanistische kader interpreteren we dit als het risico van een gemiddelde dat verschuift van beschrijven naar beoordelen.
Heeft Adolphe Quetelet de BMI uitgevonden?
Ja, de formule achter de BMI gaat terug op Adolphe Quetelet. Rond 1832 stelde hij vast dat het gewicht van volwassenen ongeveer evenredig is aan het kwadraat van hun lengte; deze verhouding werd lange tijd de Quetelet-index genoemd. De naam body mass index dateert van 1972 (Ancel Keys), en Quetelet gebruikte de verhouding niet om overgewicht bij individuen te beoordelen.
Bronnen
- Primair: A. Quetelet, Recherches sur le penchant au crime aux différens âges (Brussel, 1831; 2de uitg. 1833); Recherches sur la loi de la croissance de l'homme en Recherches sur le poids de l'homme aux différents âges (Nouveaux mémoires de l'Académie royale de Bruxelles, t. 7, 1832); Sur l'homme et le développement de ses facultés, ou Essai de physique sociale (Parijs, 1835); Lettres à S.A.R. le duc régnant de Saxe-Cobourg et Gotha, sur la théorie des probabilités (Brussel, 1846).
- J.-J. Droesbeke, Adolphe Quetelet. Passeur d'idées (Brussel, Académie royale de Belgique, 2021) en 'Adolphe Quetelet (1796-1874) – Un scientifique audacieux au service d'une Belgique en quête de crédibilité', Variances (2025).
- S.M. Stigler, The History of Statistics (Harvard UP, 1986); S.M. Stigler, 'Data Have a Limited Shelf Life', Harvard Data Science Review 1.2 (2019).
- L.T. Weaver, 'In the Balance: Weighing Babies and the Birth of the Infant Welfare Clinic', Bulletin of the History of Medicine 84 (2010), 30–57.
- G. Jahoda, 'Quetelet and the emergence of the behavioral sciences', SpringerPlus 4 (2015); L. Grue & A. Heiberg, 'Notes on the History of Normality', Scandinavian Journal of Disability Research 8 (2006).
- G. Eknoyan, 'Adolphe Quetelet (1796–1874) – the average man and indices of obesity', Nephrology Dialysis Transplantation (2008); A. Keys e.a., 'Indices of relative weight and obesity', Journal of Chronic Diseases 25 (1972).
- G.S. Daniels, The 'Average Man'? (Wright Air Development Center, 1952), via T. Rose, The End of Average (2016).
- Waardenkader: deMens.nu en Humanistisch Verbond (vrij onderzoek, zelfbeschikking, kritisch denken).
Reactie plaatsen
Reacties