Théodore Verhaegen, de gelovige vader van het vrij onderzoek

Gepubliceerd op 13 augustus 2026 om 16:12

Vrij onderzoek is het principe dat elke opvatting getoetst mag worden aan rede en bewijs, zonder dat een kerk of een staat het laatste woord heeft. Op 20 november 1834 openden de Brusselse advocaat Pierre-Théodore Verhaegen (1796–1862), samen met Auguste Baron, de Université libre de Belgique: de voorloper van de ULB en de VUB, en een liberaal antwoord op de katholieke universiteit die de bisschoppen dat jaar in Mechelen stichtten. Het woord ‘vrij onderzoek’ zelf gebruikte Verhaegen pas twintig jaar later.

Brussel, 24 juni 1834. In de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes neemt Pierre-Théodore Verhaegen het woord. Hij is zevenendertig, een vooraanstaand zakenadvocaat en Achtbare Meester, de voorzitter van de loge. Zijn voorstel klinkt als overmoed: een eigen universiteit in Brussel, buiten het gezag van kerk en staat. De bezwaren liggen voor de hand, en hij krijgt ze ook te horen. Er is geen geld. Er zijn geen professoren. Er is geen gebouw. Toch gaat na zijn pleidooi de collectebus rond. Aanwezigen bieden aan om les te geven. Burgemeester Nicolas Rouppe, zelf vrijmetselaar, vindt lokalen in het oude paleis van Karel van Lotharingen, aan het Museumplein.

Vijf maanden later, op 20 november 1834, wordt de Université libre de Belgique plechtig geopend in de gotische zaal van het Brusselse stadhuis. Auguste Baron, schoolhoofd van het Brusselse atheneum en de man die het idee al in 1831 had opgevat, houdt de openingsrede. Een kleine honderd studenten beginnen aan het eerste academiejaar, verdeeld over vier faculteiten. De man die dit alles op gang trok, blijft een raadsel. Verhaegen komt namelijk uit een diep katholieke familie. En hij zal nooit helemaal ophouden te geloven.

Mechelen en Brussel, 1834: twee universiteiten, één grondwet

Pierre-Théodore Verhaegen stichtte de Brusselse universiteit als antwoord op de katholieke universiteit die de Belgische bisschoppen in november 1834 in Mechelen openden. Beide universiteiten steunden op dezelfde grondwettelijke vrijheid van onderwijs.

De grondwet van 1831 had België iets gegeven dat in het Europa van toen bijna ongehoord was. Iedereen mocht een school of universiteit oprichten. De bisschoppen maakten als eersten gebruik van die vrijheid, met de zegen van paus Gregorius XVI. Een jaar later verhuisde hun universiteit naar Leuven. Liberalen zagen daarin een gevaar. De staatsuniversiteiten van Gent, Luik en Leuven waren na de revolutie verzwakt. Als de Kerk de enige sterke universiteit bezat, vreesden zij, dan zou zij bepalen wat een hele generatie artsen, juristen en leraren leerde denken.

Het is verleidelijk om de bisschoppen hier als schurken neer te zetten. Dat zou oneerlijk zijn. In 1832 veroordeelde paus Gregorius XVI in de encycliek Mirari vos het liberale katholicisme en de moderne grondwettelijke vrijheden. Wie gelooft dat de waarheid al gegeven is, ziet onderwijs als het doorgeven van die waarheid. Vanuit die logica was een katholieke universiteit geen machtsgreep, maar een plicht. Verhaegen erkende ook dat dit recht bestond. Nog in 1856 aanvaardde hij uitdrukkelijk dat de bisschoppen hun eigen onderwijs inrichtten zoals zij wilden. Zijn bezwaar gold het monopolie.

Pierre-Théodore Verhaegen verdedigt eerst de Kerk, dan de vrijheid

Pierre-Théodore Verhaegen begon als verdediger van de Kerk. In 1821 pleitte hij met succes voor de vicarissen-generaal van Maurice de Broglie, de verbannen bisschop van Gent, die door het gerecht van koning Willem I vervolgd werd. Dat paste bij zijn afkomst. Verhaegen groeide op in een zeer vroom, katholiek juristengeslacht uit de streek van Haacht. Zijn peetoom en naamgenoot, de priester Petrus Theodorus Verhaegen, was in 1797 enkele maanden rector van de oude universiteit van Leuven. Datzelfde jaar sloot de Franse overheid die universiteit.

Een ander familielid, de jezuïet Pierre-Joseph Verhaegen, werd in de Verenigde Staten de eerste president van Saint Louis University. De bronnen noemen hem nu eens Verhaegens broer, dan weer zijn neef. Waarom keerde zo iemand zich later tegen de Kerk? Een tijdgenoot noteerde Verhaegens eigen uitleg: hij verdedigde de clerus zolang die onderdrukt werd, maar niet wanneer die zelf de aanvaller werd. Daar ligt de sleutel. Verhaegen was geen vijand van religie. Hij was een vijand van gezag dat zich aan controle onttrekt.

In 1857, tijdens het Kamerdebat over de zogenaamde kloosterwet, zei hij: ‘Wij houden van Christus, wij vereren Christus.’ In dezelfde adem verwierp hij de klerikale overheersing. Volgens de meeste bronnen brak hij nooit helemaal met het geloof.

Vrij onderzoek: een ideaal uit 1834, een naam uit 1854

Vrij onderzoek betekent dat geen enkele bewering boven kritiek staat: niet die van een paus, niet die van een koning, niet die van een professor. Aan Verhaegens universiteit bestond het ideaal vanaf 1834, maar de naam kwam pas in 1854. Een biograaf uit de jaren 1930 omschreef het oorspronkelijke doel als hoger onderwijs op basis van ‘rationele en experimentele methoden’. Op 1 januari 1854 gebruikte Verhaegen voor het eerst de term ‘liberté d’examen’. Volgens historicus Jean Stengers veroverde de formule daarna razendsnel terrein. Opvallend genoeg kwam ze niet uit de collegezalen, maar uit de liberale partij en de vrijmetselarij.

Intussen was de strijd verhard. In december 1837 veroordeelden de Belgische bisschoppen in een gezamenlijke brief de vrijmetselarij. Wie lid bleef van een loge, kon de sacramenten geweigerd worden. Verhaegen bleef lid, en vanaf 1854 stond hij aan het hoofd van het Grootoosten van België. Op 6 oktober 1856 gaf hij zijn scherpste definitie. Tegenover bisschoppen die zijn universiteit in herderlijke brieven aanvielen, noemde hij onafhankelijk onderzoek ‘niet alleen een recht, maar ook een plicht’ van elke professor. Daarmee werd vrij onderzoek meer dan een vrijheid. Het werd een verantwoordelijkheid.

De grenzen van Verhaegens vrijheid: tegen algemeen stemrecht

Pierre-Théodore Verhaegens vrijheid had duidelijke grenzen: hij verzette zich tegen het algemeen stemrecht en tegen de leerplicht. In 1847 verliet hij een liberale vereniging die hij te democratisch vond, en richtte hij de Association libérale op. Vrij denken was voor hem vooral een zaak van de gegoede burgerij. Eind jaren 1850 vielen jonge, progressieve liberalen hard uit naar ‘oude liberalen’ zoals hij. Wie vrij onderzoek ernstig neemt, moet het ook op Verhaegen zelf toepassen. Dan blijft er een man over die een deur opende, zonder te zien hoe breed ze ooit zou worden.

Waarom de stichting van de ULB een daad van vertrouwen was

De stichting van de ULB door Pierre-Théodore Verhaegen was een geloofsdaad in één precieze zin: een daad van vertrouwen in het menselijk verstand, niet van geloof in een dogma. Dat is mijn lezing, vanuit het vrijzinnig-humanistische principe van vrij onderzoek. Het onderscheid is de kern. Geloof, zoals de bisschoppen in 1834 bedoelden, sluit vragen af: de waarheid is gegeven en onderwijs geeft deze door. Vrij onderzoek houdt vragen open: waarheid is iets wat je samen zoekt, en wat je morgen kunt herzien.

Daarom is 1834 een keerpunt. Voor het eerst kreeg België een instelling met de vrijheid van het denken als bestaansreden. Niet de afwezigheid van geloof maakte haar vrij, maar de weigering om één overtuiging boven onderzoek te plaatsen. Verhaegen, die Christus bleef vereren, is daar zelf het levende bewijs van. Die houding hield hij vol tot het einde. Begin december 1862 keerde hij ziek terug van een logecongres in Italië. Op zijn sterfbed vroeg hij drie vrienden om geen priester toe te laten en eiste hij een burgerlijke begrafenis. Hij stierf op 8 december zonder de laatste sacramenten, tot ontzetting van zijn katholieke familie.

Op 10 december volgde een massaal bijgewoonde burgerlijke uitvaart. Kort daarna ontstond in Brussel de vrijdenkersvereniging Libre Pensée. Historici verschillen over hoeveel geloof er op het einde nog restte. Maar het laatste wat Verhaegen deed, was een daad van zelfbeschikking: geen instelling bepaalde hoe hij stierf.

Sint-Verhaegen 2026: vrij onderzoek tegenover nieuwe autoriteiten

Vrij onderzoek is vandaag het grondbeginsel van zowel de ULB als de VUB, de twee universiteiten die in 1969–1970 uit Verhaegens stichting ontstonden. Op vrijdag 20 november 2026 vieren ze opnieuw Sint-Verhaegen, terwijl het principe nieuwe tegenspelers heeft gekregen. De VUB schreef vrij onderzoek zelfs in het eerste artikel van haar organiek statuut. Het feest Sint-Verhaegen, kortweg St-V, begon in 1888, toen studenten hun stichter openlijk eerden en de pers spottend van een heiligverklaring sprak. De strijd van 1834 is niet voorbij; hij is van gedaante veranderd. Ik bedoel dat als parallel, niet als gelijkstelling. Vandaag komt de druk op vrij onderzoek minder van bisschoppen en meer van regeringen die bepalen wat universiteiten mogen doen. De Central European University moest in 2019 onder zo’n wet grotendeels van Boedapest naar Wenen verhuizen.

Er is ook een nieuw soort gezag: het kant-en-klare antwoord van een zoekmachine of een AI-chatbot. Het klinkt zeker, het is snel, en het nodigt niet uit tot tegenspraak. Verhaegens principe blijft dan verrassend actueel: geen enkele bron staat boven toetsing. Ook deze column niet.

Welke autoriteit aanvaard jij vandaag zonder vragen?


Veelgestelde vragen

Was de oprichting van de ULB een geloofsdaad?

Niet in religieuze zin: de Brusselse Vrije Universiteit werd in 1834 net opgericht om het denken los te maken van kerkelijk gezag. Vanuit een vrijzinnig-humanistische lezing was het wel een daad van vertrouwen in het menselijk verstand. Opvallend is dat stichter Pierre-Théodore Verhaegen zelf een gelovig man bleef.

Waarom werd de ULB opgericht in 1834?

De ULB werd opgericht als liberaal antwoord op de katholieke universiteit die de Belgische bisschoppen in november 1834 in Mechelen openden. Liberalen en vrijmetselaars vreesden een kerkelijk monopolie op het hoger onderwijs. De universiteit opende op 20 november 1834 als Université libre de Belgique.

Was Pierre-Théodore Verhaegen gelovig?

Volgens de meeste bronnen wel: Verhaegen kwam uit een vroom katholiek milieu en zei in 1857 in de Kamer dat hij Christus vereerde. Hij streed tegen de macht van de Kerk, niet tegen geloof als zodanig. Op zijn sterfbed in 1862 weigerde hij wel een priester; historici verschillen over hoeveel geloof er toen nog restte.

Wat betekent vrij onderzoek?

Vrij onderzoek (libre examen) is het principe dat elke opvatting getoetst mag worden aan rede en bewijs, onafhankelijk van religieus of politiek gezag. Pierre-Théodore Verhaegen gebruikte de term voor het eerst in 1854. Vandaag is het het grondbeginsel van de ULB en de VUB en een kernwaarde van het vrijzinnig humanisme.

Wat is Sint-Verhaegen?

Sint-Verhaegen (St-V) is het jaarlijkse studentenfeest op 20 november, de stichtingsdag van de Brusselse Vrije Universiteit in 1834. De naam dook voor het eerst op in 1888 en is een ironische knipoog: een vrijdenkersfeest met een ‘heilige’. ULB en VUB herdenken die dag samen hun stichting en de waarde van vrij onderzoek.

Wie was Pierre-Théodore Verhaegen?

Pierre-Théodore Verhaegen (Brussel, 1796–1862) was een Brusselse advocaat, liberaal politicus en vrijmetselaar. Hij stichtte in 1834 samen met Auguste Baron de Université libre de Belgique, waaruit in 1969–1970 de ULB en de VUB ontstonden. Hij was twee keer voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (1848–1852 en 1857–1859).


Bronnen

  • F. Van Kalken, ‘Verhaegen (Pierre-Théodore)’, in: Biographie nationale de Belgique, t. XXVI, 1936–1938, kol. 617–621 (geraadpleegd via unionisme.be).
  • E. Bochart, Biographie des membres des deux chambres législatives, session 1857–1858, Brussel, 1858 (met fragmenten uit Verhaegens redevoeringen van 6 oktober 1856 en 1857; via unionisme.be).
  • Université libre de Bruxelles, ‘Origines et évolution de l’ULB’ en ‘La Saint-Verhaegen’ (ulb.be); ULB Bibliothèques, ‘Libre examen – Historique’ (met verwijzing naar Jean Stengers).
  • Vrije Universiteit Brussel, ‘Hoe het begon’ en ‘Pierre-Théodore Verhaegen en St V’ (vub.be); CAVA (VUB), ‘Ontstaan en groei van de Vrije Universiteit Brussel’ en J. Koppen, ‘Pierre-Théodore Verhaegen 1862–2012’.
  • J. Bartier, ‘La condamnation de la franc-maçonnerie par les évêques belges en 1837’, in: Laïcité et franc-maçonnerie, Brussel, 1981 (geciteerd via La Chaîne d’union, 2018).
  • Liberas, ‘14 juni 1846’, ‘Liberale standbeelden in Brussel’ en ‘Nieuw onderzoek naar Charles Potvin’ (liberas.eu); Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, ‘Hoger onderwijs in Brussel’ en ‘Vrijzinnigheid’.
  • Over de Central European University: Times Higher Education (25 oktober 2018) en The PIE News (december 2018).
  • Waardenkader: deMens.nu en Humanistisch Verbond (vrij onderzoek, zelfbeschikking, scheiding van kerk en staat).

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.