De sluizen van Nieuwpoort: hoe water België redde

Gepubliceerd op 7 oktober 2026 om 15:18

De onderwaterzetting van de IJzervlakte was een gecontroleerde inundatie waarmee het Belgische leger eind oktober 1914 de Duitse opmars aan de IJzer stopte. Door zeewater via de Ganzepoot in Nieuwpoort de polder in te laten stromen, werd een belangrijke strategische positie ingenomen. Dit gebeurde tussen de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort-Diksmuide. Het succes van dit plan steunde op de deskundigheid van twee burgers: Karel Cogge, toezichter van de Noordwatering van Veurne, en Hendrik Geeraert, een binnenschipper uit Nieuwpoort. Hun kennis en ervaring waren onmisbaar voor deze kritieke operatie.

Het was de avond van 29 oktober 1914, toen de situatie in Nieuwpoort kritiek werd. De brug over de Ganzepoot lag in stukken, opgeblazen door Belgische genietroepen op bevel van de Franse autoriteiten enkele nachten eerder. Voor degenen die bij de schuiven van de Noordvaart wilden komen, was het noodzakelijk om over de sluisdeuren te lopen. Dit gebeurde in het donker, met de Duitse stellingen vlakbij, wat de spanning en het gevaar vergrootte.

Hendrik Geeraert, een man van 51 jaar en binnenschipper met een groot gezin van acht kinderen, leidde de groep. Ondanks dat hij analfabeet was, had hij kennis die cruciaal bleek voor het succes van de operatie. Achter hem volgden kapitein Fernand Umé van de genie en een handvol soldaten, maar Geeraert had kennis die zij niet bezaten: hij wist dat je de schuiven bij vloed moest optrekken en bij eb weer moest laten zakken om het water naar zee te laten terugkeren.

Toen het moment aanbrak, begon de zee te stromen, niet naar buiten, maar naar binnen. Dit betekende dat land, dat mensen op het water hadden gewonnen, nu bewust werd teruggegeven aan de zee. Dit roept een ethische vraag op die elk land in tijden van nood kan tegenkomen: is het gerechtvaardigd om je eigen grond te verdrinken om zo grotere verliezen te voorkomen en de bevolking te beschermen?

De Ganzepoot in Nieuwpoort: zes waterlopen in één knoop

De Ganzepoot is het sluizencomplex aan de oostrand van Nieuwpoort waar zes waterlopen samenkomen: drie scheepvaartkanalen en drie afwateringskanalen. Dit complexe systeem regelt de waterstand van de lage polders achter de kust. In vredestijd wordt er bij eb water naar zee geloosd, terwijl bij vloed de zee buiten wordt gehouden, wat essentieel is voor de landbouw en het leven in de regio.

In oktober 1914 veranderde deze routine echter in een kwestie van leven of dood. Na de val van Antwerpen op 14 oktober besloot de legerleiding, onder leiding van koning Albert I, om de IJzer als laatste verdedigingslijn te kiezen. Op 22 oktober raakten Duitse troepen de rivier bij Tervate, terwijl het Belgische leger uitgeput was na zware gevechten.

Net op dat kritieke moment ontbraken de mensen die de Ganzepoot het best kenden. Op 19 oktober had het leger sluismeester Geraard Dingens en zijn personeel weggestuurd zonder te documenteren waar ze naartoe gingen. Dit was een ernstige fout, zoals later in een rapport uit 1923 werd vastgesteld, en leidde tot improvisatie door de militaire leiding, wat de situatie nog gecompliceerder maakte.

Karel Cogge en het plan met de spoorwegberm

Karel Cogge, toezichter van de Noordwatering van Veurne, speelde op 25 oktober 1914 een cruciale rol door zijn kennis aan te bieden voor de gecontroleerde onderwaterzetting van de IJzervlakte. Die dag werd hij ondervraagd door stafofficier Prudent Nuyten in Veurne, waar het Belgische hoofdkwartier zich bevond. Hoewel Cogge 59 jaar oud was, weinig scholing had genoten en geen Frans sprak, was Nuyten in staat om hem te begrijpen, wat de communicatie vergemakkelijkte.

Het idee achter het plan was eenvoudig, maar de uitvoering vereiste aanzienlijke inspanning. De spoorwegberm tussen Nieuwpoort en Diksmuide moest fungeren als een dam, met de Belgische troepen erachter en de Duitse troepen ervoor. Dit vereiste echter dat alle doorgangen onder de berm werden afgesloten: vier brede en meer dan twintig kleine doorgangen. Cogge had kennis van waar deze doorgangen zich bevonden, zelfs als ze niet op de stafkaart stonden.

Cogge stelde eerst voor om de Noordvaart te gebruiken, het belangrijkste afwateringskanaal met een debiet dat ongeveer drie keer hoger was dan het alternatief. De legerleiding vond deze plaats echter te riskant, omdat deze bijna onder de ogen van de Duitsers lag. Daarom probeerden Cogge en kapitein Robert Thys het via een oudere sluis, de Oud-Veurnesas of de "Spaanse sluis", maar de vloeddeuren sloten eerst automatisch, en daarna steeg het water te traag.

Ondertussen dreigde het front bij Ramskapelle en Pervijze te bezwijken. Ingenieur Bourgoignie raadde aan om toch de Noordvaart te gebruiken, zoals Cogge had voorgesteld. Uiteindelijk, op 29 oktober, kwam het bevel om tot actie over te gaan, wat de noodzaak van een snelle beslissing onderstreepte.

Vier nachten aan de Noordvaart: zo liep de IJzervlakte onder

De IJzervlakte werd onder water gezet in vier opeenvolgende nachten, beginnend op 29 oktober 1914, via de schuiven van de Noordvaart aan de Ganzepoot. Geeraert, hoewel geen sluiswachter, toonde de soldaten van Umé hoe het proces werkte. Elke nacht werden de schuiven opgetrokken bij vloed en weer neergelaten bij eb, zodat het zeewater in de vlakte bleef stromen.

Hendrik Geeraert, die niet officieel als sluiswachter was aangesteld, gebruikte zijn lokale kennis om zijn rol effectief te vervullen. Volgens verhalen uit Nieuwpoort droeg hij een gevonden pet van een hulpsluiswachter, zodat de soldaten hem gemakkelijker lieten passeren. Het feit dat de schipper het water kende, was van onschatbare waarde en telde veel meer dan een officieuze functietitel in deze kritieke week.

Het resultaat van deze inspanning kwam snel. Op 30 oktober wisten Duitse troepen nog over de spoorwegberm bij Ramskapelle te komen, maar een dag later moesten ze zich terugtrekken. Tegen 1 november was er water over een gebied van ongeveer 15 kilometer lang en tot 4 kilometer breed. Alleen enkele hoeves en stroken kasseiweg staken boven het water uit, wat het landschap dramatisch veranderde.

Met deze onderwaterzetting viel de Slag aan de IJzer stil. Het front lag op deze locatie vier jaar lang vast, en een speciale compagnie onder leiding van Robert Thys zorgde ervoor dat de onderwaterzetting gedurende deze tijd in stand werd gehouden, met Geeraert die hen bijstond.

Oktober 1914: het debat over de timing

Historici zijn het oneens over de reden waarom de onderwaterzetting van de IJzervlakte pas op 25 oktober 1914 werd voorbereid. Prudent Nuyten schreef later dat het idee hem op 24 oktober te binnen schoot. Desondanks verklaarden sluismeester Dingens en de Wulpense onderwijzer Germain Van Marcke dat ze officieren al half oktober op deze mogelijkheid hadden gewezen. Historicus Luc Vanacker ziet daarom geen gebrek aan kennis, maar eerder een kwestie van timing: zolang de Franse bondgenoot wilde aanvallen, paste water niet in het militaire plan.

Nuyten zelf vond dat het leger eerst zijn deel van de strijd moest leveren voordat ze tot deze drastische maatregel overgingen. Wie gelijk heeft, kan niet definitief worden bewezen, maar de getuigenissen tonen aan dat burgers het idee eerder aanreikten dan de officiële versie deed vermoeden.

De prijs van zeewater voor de IJzerpolders

De onderwaterzetting van de IJzervlakte redde het Belgische leger, maar de gevolgen waren verwoestend voor de IJzerpolders en de mensen die daar woonden. Sluismeester Dingens had de officieren al half oktober gewaarschuwd dat zo'n inundatie met zeewater moest gebeuren, en dat de streek daardoor voor lange tijd onbruikbaar zou zijn. Zout maakt kleigrond ongeschikt voor gewassen, en het zou jaren duren voordat regen en tijd de schade konden herstellen.

De bewoners van de vlakte moesten vluchten of bevonden zich in een frontzone. Dorpen zoals Pervijze en Ramskapelle werden vier jaar lang in de vuurlinie gehouden en ondergingen aanzienlijke verwoestingen. Na de oorlog, in 1918, moesten deze dorpen grotendeels opnieuw worden opgebouwd, wat een grote impact had op de lokale gemeenschap en economie.

De beslissing om de IJzervlakte onder water te zetten was vanuit een vrijzinnig-humanistische invalshoek misschien verdedigbaar, maar het was zeker niet eenvoudig. Het water hield een bezetting tegen die de vrijheid van het hele land bedreigde. Bovendien stopte het de aanvallen in deze sector, die al duizenden soldaten het leven had gekost. Wanneer men de mens centraal stelt, weegt men land tegen levens en kiest men voor levens. Maar deze keuze vereist ook dat de prijs eerlijk wordt benoemd en dat de mensen die deze prijs betalen niet uit het verhaal worden geschrapt.

Cogge, Geeraert en de strijd om de eer van 1914

De eer voor de onderwaterzetting van 1914 ging aanvankelijk naar de officieren, en pas later, onterecht, naar de burgers die deze operatie mogelijk maakten. Op 1 november 1914 schreef kolonel Wielemans aan de koning dat het initiatief van commandant Nuyten kwam, bijgestaan door Cogge. Op 5 november speldde koning Albert I zelf Nuyten en Cogge het ridderkruis in de Leopoldsorde op, wat hun bijdrage erkende.

Hendrik Geeraert ontving in december 1914 een Franse medaille, maar het ridderkruis volgde pas op zijn sterfbed, eind 1924. Geeraert stierf op 17 januari 1925 in een gasthuis in Brugge. De burgemeester van Nieuwpoort merkte bij zijn begrafenis op dat de legerleiding de schipper met alcohol op de been had gehouden, wat zijn sterke gestel had gesloopt. In de jaren vijftig werd zijn portret op een bankbiljet van 1.000 frank afgebeeld, wat zijn nalatenschap verder versterkte.

Anderen kregen echter nooit de erkenning die ze verdienden. Sluismeester Dingens en onderwijzer Van Marcke verdwenen uit de officiële versie van de gebeurtenissen. Kapitein Thys noemde de huldiging van Nuyten en Cogge later een flagrante leugen, terwijl hij zelf volgens Vanacker een idee van Cogge opeiste. Cogge weigerde resoluut een verklaring te ondertekenen die Thys het vaderschap van het idee gaf, wat de interne conflicten binnen de militaire leiding onderstreept.

Dit laat zien hoe belangrijk vrij onderzoek is in de geschiedenis. De officiële versie steunde voornamelijk op brieven en verslagen van officieren, die hun eigen rol het best documenteerden. Vanacker benadrukt dat een bewering nog geen bewijs is, en dat dit principe de kern van kritisch denken vormt. Door de verschillende bronnen naast elkaar te leggen, komt men erachter dat de reddende kennis van onderop kwam: van een toezichter, een schipper, een sluismeester en een dorpsonderwijzer.

Van de IJzervlakte naar het Sigmaplan: wie beslist over ondergelopen land

Ook vandaag de dag zet Vlaanderen bewust land onder water, maar nu met als doel mensen te beschermen tegen overstromingen. Langs de Schelde worden met het Sigmaplan gecontroleerde overstromingsgebieden aangelegd, vaak op vroegere landbouwgrond. In deze gebieden mag het water bij stormtij binnenstromen, zodat dorpen en steden droog blijven. Dit vertegenwoordigt een modernere benadering van waterbeheer.

Dit vormt een interessante parallel, maar geen gelijke situatie. Er is momenteel geen oorlog, en de procedures, inspraak en regelingen die in 1914 ontbraken, zijn nu wel aanwezig. Desondanks blijft de vraag van de Ganzepoot actueel. Wie draagt de prijs van een keuze die iedereen beschermt? En wiens kennis wordt er meegewogen: alleen die van de mensen aan de vergadertafel, of ook die van degenen die het water van dichtbij kennen en begrijpen?


Veelgestelde vragen

Was het terecht om de IJzervlakte in 1914 onder water te zetten?

Vanuit een vrijzinnig-humanistische lezing was de beslissing verdedigbaar, maar het was niet zonder prijs. De onderwaterzetting stopte eind oktober 1914 de Duitse opmars aan de IJzer, en beschermde zo het Belgische leger en het laatste vrije stukje van België. Echter, de rekening werd gepresenteerd aan de bewoners van de IJzerpolders, die hun land en dorpen verloren zonder zelf te kiezen.

Wat is de Ganzepoot in Nieuwpoort?

De Ganzepoot is het sluizencomplex in Nieuwpoort waar zes waterlopen samenkomen: drie scheepvaartkanalen en drie afwateringskanalen. Dit complex is verantwoordelijk voor het regelen van de waterstand van de polders achter de kust. In oktober 1914 werd via de Noordvaart aan de Ganzepoot zeewater in de IJzervlakte gelaten, wat een cruciale militaire operatie was.

Wie was Karel Cogge?

Karel Cogge (1855-1922) was toezichter van de Noordwatering van Veurne. Op 25 oktober 1914 legde hij aan de Belgische legerleiding uit hoe de vlakte tussen de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort-Diksmuide onder water kon worden gezet. Koning Albert I benoemde hem op 5 november 1914 tot ridder in de Leopoldsorde vanwege zijn bijdrage aan deze belangrijke strategische beslissing.

Hoe werd de IJzervlakte onder water gezet in 1914?

De IJzervlakte werd onder water gezet door bij vloed de schuiven van de Noordvaart aan de Ganzepoot in Nieuwpoort te openen en ze bij eb te sluiten. Een genieploeg onder kapitein Fernand Umé voerde deze taak uit vanaf 29 oktober 1914, vier nachten lang, met de hulp van schipper Hendrik Geeraert. De spoorwegberm Nieuwpoort-Diksmuide fungeerde als dam en hield het water aan de Belgische kant tegen.

Welke gevolgen had de onderwaterzetting voor de IJzerpolders?

Het zeewater maakte de landbouwgrond in de IJzervlakte voor lange tijd onbruikbaar, zoals sluismeester Geraard Dingens vooraf had gewaarschuwd. Bewoners moesten vluchten, en dorpen zoals Pervijze en Ramskapelle lagen vier jaar in de frontlinie en werden verwoest. Na 1918 moesten deze dorpen grotendeels opnieuw worden opgebouwd, wat enorme gevolgen had voor de lokale bevolking en hun levensonderhoud.

Wie kreeg de eer voor de onderwaterzetting van de IJzervlakte?

De eer ging aanvankelijk naar commandant Prudent Nuyten en Karel Cogge, die beiden op 5 november 1914 tot ridder in de Leopoldsorde werden benoemd. Schipper Hendrik Geeraert ontving deze onderscheiding pas op zijn sterfbed, eind 1924. Sluismeester Geraard Dingens en onderwijzer Germain Van Marcke, die de officieren al eerder op de mogelijkheid hadden gewezen, werden nooit officieel erkend voor hun cruciale bijdragen aan deze gebeurtenis.


Bronnen

  • Vanacker, Luc, in "De IJzer, oktober 1914". Een slag te veel? "Het idee en de timing van de eerste onderwaterzetting" in de Westvlaamse Gidsenkring Westhoek, 39 (2003), 3, p. 1-21, bevat citaten uit primaire bronnen zoals de brief van kolonel Wielemans aan koning Albert I van 1 november 1914, het onuitgegeven verslag van sluismeester Geraard Dingens, het rapport-Bourgoignie van 1923, en de interviews in La Flandre libérale van juni-juli 1920.
  • Demerre, Guido (Bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort), "Inundatie van oktober 1914: IJzervlakte onder water", VRT NWS, 23 oktober 2014.
  • In het Flanders Fields Museum is het educatief dossier "De sluizen" te vinden (Ieper).
  • Verder lezen (niet rechtstreeks geraadpleegd): Thys, Robert, Nieuport 1914-1918. Les inondations de l'Yser et la Compagnie des Sapeurs-Pontonniers du Génie Belge, Luik, 1922; Van Pul, P.A.A., "Oktober 1914. De initiële inundaties aan het Belgische front", Belgisch Tijdschrift voor Militaire Geschiedenis, 30 (1994), 7, p. 541-563; Bijnens, Bert, "Wat herinnert in Nieuwpoort nog aan Hendrik Geeraert (1863-1925)", Bachten de Kupe, 41 (1999), 4, p. 171-187.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.